Skip to content

Bijeenkomst juni 2015

Bijeenkomst platform Gerontopsychiatrie V&V
25 juni 2015

Samenwerken/Ketenzorg GGZ – V&V
Marjolein Veerbeek (Trimbos-instituut | Programma Ouderen) vertelde over de ‘zachte’ factoren van samenwerking binnen dementienetwerken. Ferdy Pluck (GGZ Centraal) vertelde vanuit zijn ervaring bij GGz Centraal ten opzichte van ketenzorg GGZ – V&V.

‘Zachte’ factoren van samenwerken
Marjolein vertelt dat uit onderzoek bij dementienetwerken blijkt dat goede ‘zachte’ factoren succesvolle samenwerkingen faciliteren. Er is onderzoek is gedaan bij 5 verschillende dementienetwerken, waarvan er 3 hoog en 2 laag scoorden. Uiteindelijk zijn er 7 ‘zachte’ factoren uit gedestilleerd die het meeste effect hebben op de samenwerking, namelijk:
1. Laagdrempelige samenwerking
Het moet makkelijk zijn om samen te werken. Hierbij helpt elkaar regelmatig zijn, face-to-face te communiceren en niet te vaak wisselen van contactpersonen.
2. Toegevoegde waarde ervaren
Het vertrouwen hebben in elkaars kunnen; Het gevoel hebben dat de betrokken partijen zinvol zijn.
3. Rolduidelijkheid
Duidelijkheid over eigen rol en werkwijze, maar ook over die van een ander.
4. Prioriteit geven aan netwerkbelang
Eigen organisatie voorop stellen of juist het belang van het netwerk? Ben je open naar elkaar of probeer je er vooral zelfs iets uit te halen?
5. Competenties netwerkregisseur
Naast inhoudelijk goed op de hoogte te zijn, is het voor een netwerkregisseur belangrijk dat hij op een politiek niveau ook zichzelf staande kan houden.
6. Gemeenschappelijke uitgangspunten
Het is belangrijk dat de organisaties binnen een keten met de neuzen dezelfde kant op staan. Bij veranderingen is het belangrijk om dit te stimuleren
7. Transparantie en openheid netwerk
Samenwerking met nieuwe spelers in het veld. Het moet duidelijk zijn of je wel of niet bij een netwerk behoort. Ook moeten de toelatingseisen helder zijn en moeten nieuwe leden zich betrokken voelen.
Meer informatie is te vinden op de PowerPoint en op de website van het Trimbos-instituut.

Ketenzorg GGZ – V&V
Aan de hand van een casus vertelde Ferdy over het belang van een “warme” overdracht erg belangrijk is, wanneer een patient overgeplaatst wordt van GGZ naar V&V. In dit geval hield “warm” in dat het stap voor stap uitgevoerd wordt, maar ook dat er vooral gelet wordt op de persoon. Wat zijn haar behoeften? Wat is ze gewend? En hoe kunnen collega’s van de instellingen hun passende aanpak zo goed mogelijk overdragen.
Aan de hand van een SWOT analyse is in kleine groepen geïnventariseerd welke factoren in de keten een rol spelen en wat het effect ervan is (sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen). De uitwerking is te vinden in deze bijlage.
Er is nog even gesproken over de verschillende benamingen voor 'lastig' gedrag van bewoners/patienten: ‘probleemgedrag’ en ‘onbegrepen gedrag’, maar Ferdy spreekt liever over ‘uitdagend gedrag’. Dit komt voort uit het Engelse ‘Challenging behaviour’.
Meer informatie is te vinden op de PowerPoint.

Volgende bijeenkomst
De volgende bijeenkomst wordt gehouden op 16 november 2015.
Mogelijk onderwerpen zijn:
a. Visie op de zorg. Wat betekent het? Welke invloed heeft het op uitdagend gedrag? Wat is mentaal welbevinden? Filosofie op wat is de visie op de sfeer/omgeving met het oog op uitdagend gedrag.
b. Over indicatiestelling en financiering, bijvoorbeeld het CIZ uitnodigen
c. Inzet van ervaringsdeskundigen (het liefst met ervaringsdeskundigen aanwezig). Hans Punter (Mediant) zou dit kunnen mee kunnen voorbereiden.