Skip to content

Proefschrift

Diagnosing mild cognitive impairment and dementia in primary care

  • Dungen, P. van den

Dungen, P. van den

Jaar: 2016

Het aantal mensen met dementie neemt toe. De huisarts speelt een sleutelrol in het (h)erkennen van signalen die op dementie kunnen wijzen en hiermee in het stellen van de diagnose dementie, zelf of door te verwijzen. Er zijn echter aanwijzingen dat bij een aanzienlijk deel van de mensen met dementie die onder de zorg van de huisarts vallen deze diagnose niet gesteld is. Zorg na het stellen van de diagnose zoals voorlichting, begeleiding, zorgdiagnostiek en verwijzen naar bijvoorbeeld case management of lotgenotengroep, verlopen in de huisartspraktijk nog vaak vraag gestuurd en weinig gestructureerd.

In dit proefschrift worden de volgende vragen behandeld:

  • Wat is de accuratesse van de diagnose dementie van huisartsen in verschillende landen, bij beginnende en meer gevorderde dementie?
  • Welk deel van de mensen zonder cognitieve stoornissen wil wel, en welk deel wil niet geïnformeerd worden over de diagnose dementie als daar sprake van is? Hoe is dit bij mensen met cognitieve stoornissen? Wat zijn de meest genoemde argumenten om het wel of niet te willen weten?
  • Neemt de herkenningvan ‘lichte cognitieve stoornissen’ en ‘dementie’ toe als huisartsen geschoold worden in diagnostiek en wanneer er een praktijkverpleegkundige wordt ingezet die de huisarts ondersteunt bij het identificeren van mensen met cognitieve stoornissen, verdere ziektediagnostiek (onder meer afnemen cognitieve test, aanvragen laboratoriumonderzoek) en aansluitende zorg (informeren over de aandoening, in kaart brengen zorgbehoefte, begeleiden naar passende zorg)?
  • Wat is het effect van een dergelijke gecombineerde diagnostische en zorginventie op de geestelijke gezondheid van ouderen en op de geestelijke gezondheid van hun naasten?
  • In hoeverre zijn huisartsen zich bewust van cognitieve stoornissen onder ouderen bij wie geen dementie is vastgesteld?