Skip to content

Proefschrift

Combinatie van citalopram en methylfenidaat geeft snellere remissie van depressie bij ouderen

  • Lineke Tak, Anouck Visscher

Lineke Tak, Anouck Visscher

Jaar: 2015

Waarom dit onderzoek?

Oudere patiënten reageren minder goed op de gebruikelijke depressiebehandeling

dan jongere volwassenen. De dopaminerge neurotransmissie vermindert

bij het ouder worden en dit speelt mogelijk een rol bij depressie bij ouderen.

Combineren van citalopram (serotonerg effect) met methylfenidaat (dopaminerg

effect) zou kunnen leiden tot een snellere en betere antidepressieve respons.

 

Onderzoeksvraag

Leidt het combineren van citalopram met methylfenidaat tot een betere respons

dan monotherapie met een van beide?

 

Hoe werd dit onderzocht?

Lavretsky e.a. includeerden 143 ambulante patiënten (gemiddelde leeftijd 69,7

jaar) met een gemiddelde score van 18,9 (sd 2,9) op de Hamilton Depressieschaal

(hrsd) in een gerandomiseerd dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek

gedurende 16 weken. Groep 1 kreeg methylfenidaat + placebo, groep 2 citalopram

+ placebo, groep 3 citalopram + methylfenidaat. Doseringen citalopram

varieerden van 20-60 mg/dag, die van methylfenidaat van 5-40 mg/dag. De

primaire uitkomstmaat was remissie van depressieve klachten (hrsd-score ≤ 6).

De secundaire uitkomstmaten waren mate van angst, apathie, kwaliteit van

leven en cognitie. De studie vond plaats vóór het advies werd gegeven om

citalopram bij ouderen niet hoger te doseren dan 20 mg/dag (wegens het risico

van qtc-tijdverlenging).

 

Belangrijkste resultaten

Alle groepen toonden significante verbetering na 4 weken (daling hrsd 6-8

punten); echter, combinatie- en monotherapie met methylfenidaat leidden tot

significant grotere afname. Tussen week 4 en week 16 bleef het effect van

monotherapie methylfenidaat achter bij citaloprammonotherapie en combinatiebehandeling

(geen significant verschil tussen laatstgenoemde groepen).

Na 16 weken bereikte 62% remissie bij combinatiebehandeling, 42% bij citalopram-

en 29% bij methylfenidaatmonotherapie (χ2 = 9,2; df = 2; p = 0,01). Er was

een dosis-responseffect voor citalopram. Er was geen onderling verschil in

secundaire uitkomstmaten, in (cardiale) bijwerkingen en in het hoge uitvalpercentage

(31%).

 

Consequenties voor de praktijk

Toevoeging van methylfenidaat aan citalopram sorteert een sneller antidepressief

effect. Met inachtneming van de potentiële cardiale bijwerkingen kan men

deze combinatie de eerste 4 weken toepassen; significante voordelen op langere

termijn werden niet aangetoond.