Skip to content

Wat is het? dossier Autismespectrumstoornissen

Een autismespectrumstoornis (AS) is een ontwikkelingsstoornis, die gekenmerkt wordt door beperkingen in de sociale omgang, de communicatie en de verbeelding. AS wordt vanuit het biomedisch model in de eerste plaats gezien als een informatieverwerkingsstoornis, dat wil zeggen dat de manier waarop de informatie die in het brein wordt verwerkt anders is bij mensen met AS. Het gevolg van deze andere manier van informatie verwerken en begrijpen, is dat er sprake is van blijvende beperkingen in de sociale communicatie en de interactie, en van beperkte en herhaalde patronen van (disfunctioneel) gedrag, interesses en activiteiten:

  • Sociale communicatie en interactie
    Mensen met AS hebben vaak moeite met het aangaan en onderhouden van vriendschappen en intieme relaties. Dit hangt vooral samen met een gebrekkige wederkerigheid in het contact en moeite om andere mensen aan te voelen.
    Ook hebben ze moeite met het betekenis geven aan, en het interpreteren van non-verbale communicatie. Daarnaast heeft men vaak moeite met verbale communicatie zoals het initiatief nemen tot gesprekken, een gesprek gaande houden, of men neemt juist te veel initiatief en houdt vooral monologen.
  • Beperkte en herhaalde patronen in gedrag en interesses
    Denk hierbij aan (onverwachte) gebeurtenissen of veranderingen die spanningen oproepen, routines of rituelen waar nauwelijks van afgeweken mag worden en overmatig intensieve hobby's of beperkte interessegebieden. Ook kunnen zeer rigide denkpatronen voorkomen.

Achter de bijzonderheden in het gedrag verloopt bij mensen met AS het denken en de informatieverwerking anders. Zij hebben moeite om sociale situaties in te schatten, door de zogenaamde problemen in de ‘theory of mind’. Bij kinderen met AS is dit meestal uitgesproken merkbaar: ze hebben veel moeite om zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander. Ouderen met AS, zeker wanneer ze over een relatief hoge intelligentie beschikken, zijn doorgaans redelijk in staat om sociale situaties in te schatten. Toch is hun sociale inschattingsvermogen anders dan dat van mensen zonder AS. Ze proberen sociale situaties te doorgronden door deze te analyseren en het wetmatigheden te ontdekken. Dit wordt ook wel ‘niet-intuïtieve theory of mind’ genoemd, omdat het hierbij niet gaat om inschatten op basis van gevoel, maar op basis van cognitie. Hierdoor kunnen mensen die wat meer op  afstand staan, weinig bijzonderheden opmerken, terwijl de partner of kinderen wel degelijk problemen ervaren. In de privésituatie zijn de sociale situaties met de directe familie complexer en onvoorspelbaarder. Er wordt een groter beroep gedaan op het sociaal-emotionele inzicht en de sociale vaardigheden. In dergelijke complexere sociale situaties vallen de beperkingen in het meer intuïtieve of empathische inschattingsvermogen dan wel op. Verder zijn vrouwen met AS gemiddeld beter in sociale interacties dan mannen, waardoor hun beperkingen in de intuïtieve theory of mind nog minder opvallen voor buitenstaanders.

Ouderen met AS verwerken informatie vanuit details tot gehelen. Hun oog voor details en  concrete denkstijl is soms juist een kwaliteit! Maar het nadeel is dat men gemakkelijk het overzicht verliest. Dit wordt ook wel een zwakke ‘centrale coherentie’ genoemd. Verder ervaren mensen met autisme in meer of mindere mate moeite met planning en het wisselen van de aandacht, wat valt onder problemen in de executieve functies. Vanuit het cliëntperspectief is er overigens kritiek op het biomedisch model en worden de kenmerken van AS gezien als een uiting van neurodiversiteit waarbij de nadruk niet zozeer ligt op de problemen en het ‘stoornis’-aspect, maar op het niet typisch of ‘anders’ zijn; mensen zonder AS worden benoemd als ‘neurotypisch’.

Veel ouderen met AS hebben last van sensorische over- en/of ondergevoeligheid. Dit betekent dat ze bepaalde zintuiglijke prikkels extra sterk óf juist minder sterk ervaren. Zo kan iemand extreem gevoelig zijn voor omgevingsgeluiden, geuren of aanraking. Andersom kunnen lichamelijke sensaties zoals pijn of vermoeidheid juist minder worden waargenomen. In het laatste geval gaan ouderen maar door en door, terwijl hun ouder wordende lichaam dit feitelijk niet meer aan kan.

AS is aangeboren is en heeft duidelijke genetische componenten. AS is vaak ‘zichtbaar' in de familie, bijvoorbeeld doordat in de familie van ouderen met AS bij kinderen of kleinkinderen AS is vastgesteld. Terugkijkend hebben ouders, ooms of tantes vaak opvallende trekken die passen bij AS. Er spelen vele genetische componenten een rol, die in samenhang met elkaar en omgevingsfactoren de symptomen van AS veroorzaken, maar deze samenhang is complex en verder onderzoek hiernaar is nodig.

AS wordt meer gesteld bij mannen dan bij vrouwen. Hier is echter geen inhoudelijke reden voor. AS kenmerken worden wellicht slechter herkend bij vrouwen, omdat het sociale gedrag van vrouwen met AS beter is ontwikkeld. Hierdoor is er bij vrouwen een nog groter risico op onderdiagnostiek van AS. De laatste jaren is er groeiend aandacht voor AS symptomen bij patiënten met een eerder gestelde diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis, zeker bij vrouwen.

Volgens de DSM-5 kan een diagnose in het autismespectrum ook worden gesteld als de gedragskenmerken in de kindertijd niet duidelijk aanwezig waren, maar deze zich pas in de ouderdom openbaren, als de veranderende omgeving de beperkte aanpassingsmogelijkheden van een oudere met AS overschrijdt.

Ga naar

Gevolgen

Screening en diagnostiek

Behandeling

Overige informatie 

Ouderen en Autisme