Skip to content

Autismespectrumstoornissen

Autismespectrumstoornissen (AS) komen wereldwijd voor bij rond één procent van de bevolking. Dit betekent dat er in Nederland ongeveer 170.000 mensen zijn met AS. In de praktijk krijgen veel minder mensen daadwerkelijk deze diagnose, vooral bij ouderen is dit het geval. Dit heeft verschillende oorzaken:

 

• Vele ouderen met AS hebben eerder in hun leven een andere diagnose gekregen. De symptomen van AS zijn bij hen anders gelabeld, bijvoorbeeld als van een depressie of een persoonlijkheidsstoornis.
• Sommige ouderen met AS waren zo goed in staat om de gevolgen van hun AS te compenseren, en/of waren zo goed ingebed in hun omgeving, dat zij niet in aanraking kwamen met de hulpverlening. Zij werden bijvoorbeeld ondersteund door hun familie of een hechte sociale gemeenschap. Velen functioneerden voldoende of soms zelfs uitstekend in hun werk. Pas toen deze ondersteuning ontoereikend was of ophield, bijvoorbeeld door veranderingen met het ouder worden, ontstonden er problemen. Typische veranderingen met het ouder worden, die het aanpassingsvermogen van mensen met AS kunnen overschrijden, zijn pensionering, achteruitgang van lichamelijke functies en zorgafhankelijk worden.


Autisme is voor het eerst beschreven in 1943 door Leo Kanner. Hans Asperger beschreef een jaar later hoog intelligente kinderen met autisme. Het concept autisme drong pas jaren later door in de klinische praktijk. Mensen van 60 jaar of ouder zijn dus geboren en opgegroeid in een tijd dat de AS niet of nauwelijks gesteld werd. Uit de verhalen van veel ouderen met AS en hun naasten blijkt dat meestal wel eerder is vastgesteld dat er 'iets aan de hand was'. Vaak hebben zij eerder een beroep gedaan op de hulpverlening maar werd er, achteraf, een onjuiste diagnose gesteld. Daardoor heeft men niet de juiste behandeling ontvangen. Helaas moeten we constateren dat momenteel over de groep oudere volwassenen en ouderen met AS wetenschappelijk nog steeds relatief weinig bekend is. Maar binnen de ouderenpsychiatrie neemt de aandacht voor AS gestaag toe. Ook ouderen zelf, of hun naasten, krijgen meer bekendheid met AS, herkennen soms de kenmerken en vragen vervolgens om diagnostiek en advies.

Verder in dit dossier informatie over:

Wat is het?

Gevolgen

Screening en diagnostiek

Behandeling

Overige informatie

Met dank aan Arjan Videler (psychotherapeut, gz-psycholoog, senior onderzoeker en hoofd behandelzaken van PersonaCura, hoogspecialistisch centrum voor ouderenpsychiatrie van GGz Breburg), Sylvia Heijnen-Kohl (klinisch psycholoog Topklinisch centrum voor persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen van Mondriaan) en Rosalien Wilting (Klinisch psycholoog/psychotherapeut PersonaCura, hoogspecialistisch centrum voor ouderenpsychiatrie van GGz Breburg) die dit dossier hebben geschreven (2018).